PGS 15 en BEVI

Wanneer in een PGS 15 opslagvoorziening opslag plaatsvindt van meer dan 10 ton aan verpakte brandbare gevaarlijke stoffen, tezamen met producten die fluor-, chloor-, broom-, stikstof- of zwavelhoudende verbindingen bevatten is het BEVI van kracht (BEVI = Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen).

Het BEVI onderscheidt categoriale en niet-categoriale inrichtingen:

  • Voor categoriale inrichtingen gelden standaard risico-afstanden die in acht moeten worden genomen. Deze afstanden staan vermeld in het REVI.
  • Een niet-categoriale BEVI-inrichting moet zijn risico-afstanden berekenen middels een QRA: Kwantitatieve Risico Analyse met het rekenpakket Safeti-NL.

Doorgaans is een PGS 15 opslagbedrijf een “categoriale BEVI-inrichting”. Hiervoor gelden vaste afstanden zoals vastgelegd in het REVI. Er gelden wel een aantal uitzonderingen:

  • het betreft een BRZO bedrijf,
  • de oppervlakte van de opslagvoorziening is groter dan 2.500 m2,
  • wanneer verpakkingseenheden van meer dan 100 kg ADR klasse 6.1 VG I in de open lucht worden geladen of gelost.

Wanneer moet een Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) worden uitgevoerd?

Niet-categoriale BEVI-inrichtingen zijn altijd verplicht om een QRA uit te voeren met Safeti NL. Daarvoor kunt u bij ons terecht.

Maar categoriale BEVI-inrichtingen mogen óók een QRA uitvoeren, bijvoorbeeld wanneer de standaard risico-afstanden uit het REVI problemen geven naar de omgeving. Het REVI rekent namelijk met een “standaard molecuulformule”, maar die kan in werkelijkheid veel gunstiger uitvallen, waarmee de QRA berekende risico-afstanden aanzienlijk kleiner zijn, en waarmee het bedrijf veel meer opslagmogelijkheden heeft.